“Jaccomijntje en ik kunnen altijd nog heks worden!”

Den Haag, vrijdag 27 december 1624

Vanochtend heb ik op de markt voor een goede prijs inkopen kunnen doen en daarna heb ik het hele huis geveegd, inclusief Davids schooltje. Dus hij zal niets te klagen hebben als hij overmorgen uit Amsterdam terugkeert. Tijdens het vegen kon ik verder nadenken over mijn situatie.

Net toen ik bij het haardvuur zat om wat kleding te verstellen kwam Jaccomijntje langs voor een praatje. Zij denkt te weten dat David geen enkele kans maakt bij juffer Bloemaerts, maar dat de kans dat David naar Arnhem vertrekt wel behoorlijk groot is. Jaccomijntje had David aan tante Annetje horen vertellen dat glazenmaker Herman Arentsz, bij wie mijn broertje Abraham eerder dit jaar kortstondig in de leer was, voor David wil bemiddelen. En deze Herman schijnt in Arnhem een man van aanzien te zijn.

Vervolgens kwamen Jaccomijntje en ik te spreken over onze toekomst. Zij heeft besloten niet bij de Doelen in de bediening te gaan werken, maar voorlopig – tot aan haar huwelijk – bij tante Annetje te blijven wonen. Op mijn vraag met wie en wanneer ze dan denkt te trouwen moest ze het antwoord schuldig blijven. We moesten er allebei om lachen. Op haar wedervraag moest ik bekennen dat ik het ook nog niet weet. We hebben besloten dat, als we daadwerkelijk overblijven, we heks gaan worden!

Het weer van 27 december 1624:
“Schoon weder doch op den naermiddags al stofregenende.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag