“Mijn broers nemen de kaagschuit van Leiden naar Amsterdam.”

Den Haag, maandag 23 december 1624

Mijn broer David gaat morgen samen met broer Steven voor een speelreisje naar Amsterdam en dat is een heel gedoe. Er moet weer van alles in gereedheid worden gemaakt voor de reis. Zijn kist met bagage moet vandaag al ingepakt en verzonden worden. De kist gaat vergezeld van een brief waarin David cousijn Pieter Beck, bij wie hij zal logeren, op de hoogte brengt van hun aankomstdag. David is nu bij verschillende familieleden en vrienden post voor Amsterdam aan het ophalen. En hij moest natuurlijk nog even naar de barbier. Tussendoor hadden we ook de min van ons Roeltje nog op de portie te gast. David en ik wilden haar daarmee bedanken voor haar goede zorgen. Ze vond het leuk om Roeltje weer te zien en zei dat ze in de tussentijd goed gegroeid was. Ik had niet de indruk dat Roeltje haar voedster nog herkende, maar dat weet ik niet zeker.

Mijn broer Steven blijft vannacht hier slapen, zodat de heren morgen bijtijds kunnen vertrekken. Ze nemen om half zes al een overdekte wagen naar Leiden. Aldaar kunnen ze al een half uur later met een kaagschuit naar Amsterdam. Daar stappen ze op de Overtoom uit en lopen ze het laatste stuk naar cousijn. Ze hopen er om een uur of twee aan te komen.

Zo’n reis met de schuit is erg vermakelijk. Ik denk nog veel terug aan het speelreisje dat ik met Jaccomijntje naar Amsterdam maakte afgelopen augustus. Je komt op zo’n schuit de meest uiteenlopende mensen tegen, van koopmannen tot studenten. Mijn broers kennende zullen ze met hun medepassagiers de meest uiteenlopende gesprekken voeren; over de oorlogen in Italië, Spanje en Turkije, roddels over hooggeplaatste personen en wat dies meer zij.

Davids dagboek

Het weer van 23 december 1624:
“Redelijck weder.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag