“We hebben veel pannenkoeken gegeten.”

Den Haag, maandag 4 november 1624

Ik ben vanmiddag wezen boekweitkoeken bij Tanneke, mijn speelmeisje. De laatste maanden hebben we elkaar nauwelijks gesproken, dus het was leuk dat ze me uitgenodigd had. We hebben met een leuk gezelschapje heel veel pannenkoeken gegeten, en ondertussen gelachen en gepraat. Het was een vrolijke bedoening.

Voor ik van huis ging, kwam Jaccomijntje nog even langs om te vertellen dat tante Annetje een os gekocht heeft op de ossenmarkt. Ze deelt het beest met haar buurman Van Ruijven. Het beest wordt vandaag geslacht. David kondigde gelijk aan dat hij later vandaag even bij tante langs zou gaan om het dier te bewonderen. Ik weet zeker dat tante Annetje dat op prijs stelt: ze is vast heel trots op haar aankoop en vindt het leuk als ze daar enige bewondering mee kan oogsten.

David is in mijn afwezigheid niet alleen bij tante Annetje langs geweest, maar ook bij Breckerveld, om daar op de portie te blijven. Hij kwam pas net thuis. Hij blijkt ook nog bij zijn compeer, meester Matthijs Miller, op bezoek te zijn geweest. Mr. Matthijs en zijn gevaartje Catalina zijn momenteel heel bezorgd: de moeder van meester Miller is ziek en nu zijn ze heel bang dat het de pest is.

De slacht

Het weer van 4 november 1624:
“Schoon weder ende wat min kout, zijnde hier weder Ossen-mart.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag