“Ondeugende Adriaan zou eigenlijk een tik met de lepel verdienen.”

Den Haag, zaterdag 2 november 1624

Adriaan is de laatste tijd zo ondeugend! Vanochtend stond hij stiekem uit mijn potten te snoepen. Toen ik hem betrapte, gooide hij zijn charmes in de strijd om te voorkomen dat ik hem een tik met mijn houten lepel zou geven. En dat lukte hem nog ook. Het valt namelijk niet mee om hem bestraffend toe te spreken, terwijl je eigenlijk mijn lachen niet kan inhouden. Ook zijn zusjes vinden alles wat hij doet prachtig, en zelfs David moet af en toe om hem grinniken. Hij is pas vijf, dus dat belooft nog wat met die jongen.

Breckerveld kwam hier tegen de avond langs voor een praatje en is gelijk op de portie gebleven. David zit nu met hem bij het vuur te praten over schilderen, tekenen en plaatsnijden. Ook hoor ik mijn broer net vertellen dat hij gisteravond nog bij de meid van oom Van Palesteijn is langsgeweest. Blijkbaar heeft David wel een uur met haar bij het vuur gezeten. De meid wist hem nog het een en ander te vertellen over Catharina Ruijs en waarom ze David heeft afgewezen. Mij vertelt David daar niets over, maar tegenover zijn vriend Breckerveld is hij wel erg openhartig.

Davids dagboek

Het weer van 2 november 1624:
“Kout ende helder schoon weder, hebbende Nachts gevrosen.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag