“Cousijn kwam ons ophalen bij de Overtoom.”

Amsterdam, maandag 26 augustus 1624

Na een lange reis via Leiden en over het Haarlemmermeer zijn we vandaag in Amsterdam aangekomen. Cousijn Pieter Beck kwam Jaccomijntje en mij afhalen bij de Overtoom.

We hebben lopend naar zijn huis onze ogen uitgekeken. Het is een mooie stad hoor! Het is hier wel groot, en druk ook. Cousijn Pieter en zijn vrouw Maria zijn heel aardig en hun kleine Abraham en Isaack allerschattigst. En met Jaccomijntje is het natuurlijk heel gezellig.

We hebben vandaag nog niet veel bijzonders gedaan, vermoeid als we waren door de reis en het weer werkte ook niet echt mee. Bovendien moeten we ook aandacht besteden aan onze gastheer en gastvrouw. Jaccomijntje en ik hebben zojuist ons slaapvertrek op zolder bij cousijn in orde gemaakt en gaan zo op tijd naar bed. Dan kunnen we morgen de stad gaan verkennen.

Het weer van 26 augustus 1624:
“Van de voorige midnacht af swaren ende meest geduerigen regen tot den Avont toe met graeu duijster weder zonder eenigen sonneschijn.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag