“David schrijft een gedicht over Tobias.”

Den Haag, woensdag 14 augustus 1624

Breckerveld stond vanochtend om acht uur bij ons op de stoep met een opdracht voor David. Mijn broer mag een gedicht van vier kwatrijnen maken over het leven van de Bijbelse held Tobias. Breckerveld zal de gedichten vervolgens in glas graveren voor Willem Pieters uit Rotterdam, de zwager van onze schoonzuster Eva. Ik zou zo’n opdracht moeilijk vinden, maar David componeert die gedichten in een handomdraai.

Vanmiddag kwam Breckerveld nogmaals langs, deze keer samen met mijn broer Steven. Ze hadden een briefje bij zich van onze broer Hendrik uit Delft. Alles gaat gelukkig naar wens met hem en zijn gezin. Ook met hun kleine Saartje gaat het goed.

Het blijft hier in Den Haag voorlopig toch spannend, met die nare pest. Volgens onze buurman, de apotheker Van Wou, liggen zijn zuster Cornelia en zijn jongste broer op sterven. Tante Annetje vertelde dat de broer van dr. Matthijs van Tijnen, voormalig vroedschap in Den Haag, is overleden en morgen begraven zal worden.

Davids dagboek

Het weer van 14 augustus 1624:
“Voormiddags duijster ende regenachtig koel weder, maer des naermiddags tot inden Avont helder weder met sonneschijn.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag