“David was doorgereisd naar Rotterdam.”

Den Haag, zaterdag 3 augustus 1624

Mijn broer David kwam pas om half negen thuis. Van Delft was hij nog even naar Rotterdam doorgereisd. Met de schuit duurt dat wel twee uur, dus het is een hele onderneming. Hij was vanochtend dan ook al om half zeven uit Delft vertrokken, vertelde hij.

In Rotterdam heeft hij onder meer de nieuwe glasvensters bekeken die Breckerveld maakte voor Pieterke Schoonhave, de zus van mijn schoonzus Eva. Daarna heeft hij er nog op het Hooft gewandeld en langs de Steiger. En hij kon het natuurlijk ook niet laten om een paar boeken te kopen.

Na aankomst hier in Den Haag is hij eerst even naar tante Annetje gelopen om haar verslag uit te brengen de toestand in Delft en Rotterdam. De pest waart er flink rond, maar van onze familie en vrienden is iedereen gelukkig nog gezond. David heeft net hier gegeten en is nu een wandelingetje aan het maken. Zijn nieuwe boeken heeft hij hier achtergelaten. Een daarvan heeft hij op de terugtocht al zo goed als uitgelezen, zo vertelde hij me net. Dat snap ik wel: hij heeft er op de Delftse schuit de hele middag de tijd voor gehad.

Rotterdam

Het weer van 3 augustus 1624:
“Schoon ende getempert weder.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag