“De vrouw kwam rechtstreeks uit het Pesthuis gelopen.”

Den Haag, dinsdag 23 juli 1624

Nicht Odilia klopte vanavond om half acht bij ons aan. Ze was helemaal in paniek. Haar man Clement van Overschie is dokter aan het Voorhout, en zij helpt hem in de apotheek. Vandaag was zij zich rot geschrokken: een vrouw die zij in de apotheek aan medicijnen had geholpen bleek rechtstreeks uit het Pesthuis aan het Slijkeinde te zijn komen aanlopen. Ik kan me Odilia’s schrik wel voorstellen. David is nu met nicht Odilia een stuk door Den Haag gaan lopen en blijft op het Voorhout op de portie. Dan kan hij haar vanavond, als cousijn Van Overschie nog wat patiënten gaat bezoeken, gezelschap houden. Afleiding werkt toch altijd het beste wanneer je je zorgen maakt. En nu maar bidden dat nicht Odilia niet besmet is.

David was vanochtend begonnen aan een nieuw gedicht. Ik zag het net liggen op zijn comptoir. Hij zegt dat het over de reine liefde gaat, maar het begint met de regel ‘Venus geijle Minnelusten ons herten niet ontrusten’. Wat ik daar nou weer van moet denken? Hij maakt de laatste tijd wel verdacht veel wandelingetjes en gister stond hij nog met Anneke, de meid van Oom Pieter van Palesteijn, in de keuken te smoezen. Dat ging ook over zijn geheime zaken. Volgens mij is hij verliefd!

Het weer van 23 juli 1624:
“Schoon ende helder weder als boven.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag