“Nu is die rotziekte opnieuw in mijn gedachte.”

Den Haag, woensdag 17 juli 1624

Vanochtend werd ik onrustig wakker na een nacht vol nare dromen. Ik lag maar te woelen en te draaien, maar tegen het ochtendgloren heb ik besloten me niet meer druk te maken over de pest. Mijn lot ligt tenslotte in Gods handen, zelf kan ik er geen invloed op uitoefenen. Bovendien lijdt de mens het meest onder het lijden dat hij vreest, dus heb ik me vandaag op vrolijker zaken geconcentreerd, zoals de bruiloft van Abraham Borremans en Sara van Limburg.

De zuster van tante Liesbeth trouwt pas komende zondag, maar iedereen is er nu al mee in de weer. Het bruidspaar is al dagen maaltijden en wedermaaltijden aan het houden in het kader van het huwelijk. En David heeft vandaag een gedicht geschreven dat hun neefje, de zoon van oom Adriaan van der Cruijsse, in netschrift zal overschrijven en op de bruiloft zal voordragen. Het uitgeschreven gedicht wordt als huwelijksgeschenk overhandigd.

Breckerveld bleef vanavond onverwacht op de portie, dus dat bracht ook de nodige afleiding.

P.S. David is net thuis van zijn wandeling en hij vertelde me dat hij onderweg doctor Rosaeus had gesproken, de zoon van de dominee. Onderwerp van gesprek was vanzelfsprekend de pest. Volgens de arts zijn we voorlopig nog niet van de pest af en zal het aantal zieken voorlopig nog toenemen. Dus nu is deze rotziekte zo vlak voor het slapengaan opnieuw in mijn gedachten.

Het weer van 17 juli 1624:
“Schoon ende fris weder.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag