“Het is de pest.”

Den Haag, donderdag 6 juni 1624

Wat een afschuwelijke nacht! We waren om 4 uur al op de been, wakker geworden van het gehuil en gekerm van het huisgezin van onze buurman Meijnert van Bueren: jonkwijf Neeltje Jansz, die bij de buurman verbleef, is heel plotseling gestorven. Ze was al 30 uur ziek, en ineens was het klaar. Meinert, zijn vrouw Dieuwertgen Jacobss en hun overige huisgenoten waren helemaal in paniek. Ze vrezen het ergste: als het de pest is, kunnen zij zomaar het volgende slachtoffer zijn.

Als burenplicht aan David de taak om het overlijden vast te stellen. Het hoort er natuurlijk bij, maar ik vind het tegelijkertijd ook doodeng: hij is nu tenslotte wel bij een pestlijder in huis geweest. David is vervolgens gelijk op pad gegaan om aan familie, vrienden en bekenden het overlijden van Neeltje bekend te maken. Hij was er zo vroeg bij dat Jaccomijntje nog op bed lag toen hij aanklopte.

Ook vandaag werd er weer een paar uur gemuit, en ondertussen werd David bij onze andere buurman, Daniel La Faille, geroepen. Hij ligt doodziek op bed. Waarschijnlijk aan de pest. David heeft afscheid genomen en heeft met de buren en vrienden voor La Faille gebeden.

We zijn er van ontdaan dat de ziekte nu zo griezelig dichtbij komt. Om onze zinnen wat te verzetten maakten David, ik en de kinderen aan het eind van de dag een wandelingetje over het Voorhout onder de lommerrijke linden, waar twee Fransen allerlei vrolijke muziekstukken zongen. Maar zelfs dat kon mijn gedachten niet van de pest afhouden.

Het weer van 6 juni 1624:
“Droog ende helder lieflijck weder met een Noordewindeken.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag