“Ik probeer mijn zorgen van me af te schrijven.”

Den Haag, zaterdag 18 mei 1624

David schreef vanmiddag na thuiskomst van zijn school een gedicht in opdracht van Mr. Jacob Hendriks. Aan mij de zoete taak om de kinderen in toom te houden. Daarna wilde hij ook nog in alle rust het Bijbelboek Job in het geheel lezen. Ik heb de kinderen maar mee naar buiten genomen voor een loopje. We zijn naar tante Annetje gegaan. Jaccomijntje was gelukkig thuis. Samen hebben we met de kinderen gespeeld en ondertussen kunnen bijkletsen.

Jaccomijntje vroeg of we al wat van Abraham gehoord hadden, maar dat is helaas niet het geval. Ik snap er niets van: waar kan hij nou zijn? Heeft hij eten en onderdak? Is hij nog in Arnhem of onderweg naar Den Haag? Dat kan toch nooit goed gaan!

Ik kan mijn zorgen over Abraham niet met David bespreken, want die is vanavond bij Breckerveld te gast. Dus probeer ik ze maar van me af te schrijven.

Davids dagboek

Het weer van 18 mei 1624:
“Voormiddags getempert weder met sonneschijn, maer das naermiddags koelder, zuijrder ende windiger regende ten 4 uijren weder eenen vlage.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag