“Roeltje was de parel der vrouwen.”

Den Haag, woensdag 15 mei 1624

We zijn allemaal een beetje uit ons doen omdat we niet weten waar Abraham uithangt, zelfs de kinderen worden er hangerig van. En we willen ook niet te ver van huis, voor het geval iemand nieuws komt brengen, of beter nog: Abraham zelf thuis komt.

David is ondertussen begonnen aan de twaalfde en tevens laatste lijkklacht op de dood van mijn schoonzusje Roeltje. In zijn gedichten noemt hij haar Orlande, want die naam klinkt volgens hem herderlijk. Het gedicht begint als volgt:

“Orlande, die een peerl der vrouwen was beleden
Zoo lieflijck van gelaet, zoo fraeij van lijf en’ leden
Soo geestich over al, soo eerbaer reijn en’ kuijs
Soo tuchtig op de straat, en’ schickelijck in huis”

Als David het gedicht zo voordraagt, lijkt het wel of Roeltje de ideale huisvrouw was.

Het weer van 15 mei 1624:
“Heel heet en zoel weder, twelck op den naermiddag omtrent 4 uijren afging met donder hagel blixem ende regen, gelijck het des avonts ten 10 uijren oock wederom een lustige vlage hagelde ende regende.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag