“Wij mochten onze zoete stemmen laten klinken.”

Den Haag, woensdag 8 mei 1624

Vanmiddag heb ik gekookt voor Breckerveld, broer Steven en cousijn Jan Mannes. Die Mannes is hier niet weg te slaan en ik begin hem eerlijk gezegd wel een beetje zat te worden. Na het noenmaal zijn de mannen naar compeer meester Matthijs Miller gegaan. Met hem hebben ze een bezoek gebracht aan het Bloem- en Lusthof van prins Maurits. David vertelde me dat er veel jonkvrouwen, jongelieden, heren en dames waren om de vogels in het vogelhuis te bewonderen en om bomen, hagen, tulpen en andere mooie bloemen te zien bloeien. Breckerveld had niet door dat de fonteinen onverwacht aansprongen en werd, tot hilariteit van de andere bezoekers, van onder tot boven besproeid door de waterstralen.

Vanavond waren we met een heel gezelschap te gast bij oom Adriaan aan het Voorhout. Daar wordt deze dagen door de jonge prinsen en heren veel met de ballen gespeeld. Na het maal hebben we met elkaar gemusiceerd. Dat wil zeggen: oom speelde klavecimbel, David – voor het eerst in lange tijd – viool en wij vrouwen mochten onze zoetgevooisde stemmen laten klinken, zoals oom het zo mooi zei.

"Vandaag in #DenHaag1624 een nat pak gehaald in de siertuin van de prins van Oranje. Wel gelachen!"

Het weer van 8 mei 1624:
“Heerlijck weder ende noch te heet noch te koel, maer eenen recht getemperden zoeten meijdag.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag