“Thuis heb ik de verse vis bereid voor het noenmaal.”

Den Haag, maandag 22 april 1624

Vandaag heb ik op de markt, de vismarkt en de groenmarkt inkopen gedaan. Normaal ga ik daarna naar Jaccomijntje voor een praatje, maar daar had ik nu geen zin in. Ik hoef haar even niet te zien, geloof ik. Thuis heb ik de verse vis bereid voor het noenmaal.

David had een drukke dag. Hij had niet alleen zijn lessen, maar moest ook een brief schrijven in opdracht van onze nicht Odilia van Overschie. Haar broer woont in Frankrijk en David heeft hem uit haar naam een brief geschreven.

Op mijn verzoek heeft hij op de turfmarkt een paar tonnen turf gekocht, want onze voorraad was bijna op. De turfboer bij wie wij normaalgesproken inkopen is al een tijdje niet meer langs geweest en ik word altijd een beetje onrustig als de bodem van de turfton in zicht is. David heeft ook maar gelijk, via de echtgenoot van de min, een half vat goed bier uit Delft laten komen.

Van schoonzuster Eva nog geen nieuws, dus we gaan ervan uit dat het met haar iets beter gaat. Anders had mijn broer Hendrik ons wel een briefje gestuurd.

Zo, nu even een simpel maal maken voor mezelf en de kinderen, en dan vroeg naar bed. David is bij onze nicht Odilia, om haar de brief te brengen.

Vergiet

Het weer van 22 april 1624:
“Voormiddags was het droevig weder, ende regende zonder ophouden, maer op den middag klaerde de locht op ende de schoone sonne quam weder hier voor met haren heuchlycke radien ende was al de dag voort droog ende schoon weder, doch al wat zuijr ende kout.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag