“De Hofvijver is dichtgevroren.”

Den Haag, dinsdag 19 maart 1624

Na een wandelingetje door de stad kwam David net verkleumd binnen. Het is de laatste dagen zo koud geweest dat de Hofvijver weer helemaal dichtgevroren is. Enerzijds ben ik de winter meer dan zat, anderzijds past het nare koude weer ook wel bij mijn humeur, vanwege dat gedoe met Breckerveld. Ik snap heus wel dat ik niet kon verwachten dat een man die zoveel ouder is mij ook maar een moment ziet staan, maar zo lang hij niet getrouwd was koesterde ik toch nog enige hoop. Bovendien deed hij altijd wel bijzonder aardig tegen me.

Vanmiddag heb ik bij tante Annetje in de keuken bij het vuur mijn beklag over Breckerveld gedaan. Volgens haar moet ik er niet te lang bij stil staan. Het schijnt bij het leven te horen. Jaccomijntje vindt Breckerveld sowieso niks voor mij, zei ze. Volgens haar zijn er veel leukere, jongere en knappere mannen in Den Haag te vinden. Nou, ik moet ze nog tegenkomen.

David had blijkbaar door dat ik niet zo vrolijk was vandaag: hij heeft speciaal voor mij een gedichtje geschreven. Voor Adriaan maakte hij een ABC-dicht. Dus dat was wel weer lief van David.

Het weer van 19 maart 1624:
“Schoon en helder weder, doch met geenen geduerigen Sonneschyn, ende het was wel bits kout, hebbende des verleden nacht hart gevrosen, jae soo streng (ende dat noch met stil weder) dat de Haegsche Vyver geheel toe was, in somma een admirablen zeldsamen kouden, streng ende langen winter.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag