“Soms heb ik het zo gehad met mijn broer David.”

Den Haag, vrijdag 9 februari 1624

Soms heb ik het zo gehad met mijn broer David. Hij ging voor het eten ‘even’ naar de kleermaker, om hem knopen te brengen voor zijn nieuwe mantel, om vervolgens de hele avond van huis te blijven. Eerst kwam hij al niet opdagen voor het eten. (Dus zijn portie heb ik lekker onder Abraham en de kinderen verdeeld.) En vervolgens zat ik uren later nog op hem te wachten. Ik was zo bezorgd! En boos! Dus toen heb ik mijn broertje Abraham maar met de lantaarn op pad gestuurd om hem te gaan zoeken. Wat blijkt nou? David zat gewoon op zijn gemak bij oom Adriaan. Hij had daar gegeten en zat aangenaam bij het vuur te kletsen met een kan Bredaer bier binnen handbereik. Onuitstaanbaar!

Met broer Hendrik ging het vandaag wel weer aardig, trouwens. Toen David vanochtend bij Hendriks school arriveerde, bleek deze er zelf al te zitten. Dus kon David onverrichter zake terug naar Den Haag. Daar moet ik dan stiekem wel weer een beetje om gniffelen.

Het weer van 9 februari 1624:
“Helder, schoon en vorstig weder met liefflijcken Sonneschijn.”

Reageer op deze dag

Deel deze dag